Dag 8 en 9 - 10 en 11 september
12 september 2024 - Vieste, Italië
Dinsdag 10 september, de dag dat we vanuit Rimini naar Vieste vertrekken. Alles op ons gemak, de rit is een kleine 500 kilometer. En te vroeg vertrekken, betekent bij de toeritten naar de autostrada aanschuiven in de file. Daar hebben we nu geen last van, ook omdat die toeritten niet meer van stoplichten zijn voorzien maar een paar grote rotondes zijn gemaakt. Dat scheelt een hele boel. Het is lekker rustig op de autostrada, prachtig rijweer, wel een fikse wind. Na een paar stops voor koffie en wat eten buigen we de laatste honderd kilometer af naar de regio Gargano, een en al natuurgebied. En dan zou je denken, we zijn er bijna. In feite wel, maar een groot gedeelte van die honderd kilometer bestaat uit haarspeldbochten, waarmee we af en toe klimmen en dan weer dalen. Het zijn geen smalle wegen, maar het blijft opletten. En af en toe genieten van de prachtige uitzichten over zee. De lagen daarvan zijn goed te zien: donkerblauw voor de diepte en ijsblauw, bijna doorzichtig, voor de randen langs de kusten. Heel veel palmbomen, superhoog en wilde bossen. En hier een daar een grote stad, die alleen met hoogbouw, veel flats, lijken te zijn opgetrokken. Zoveel mogelijk mensen op een redelijk klein stukje grond. Waarschijnlijk zijn de uitbreidingsmogelijkheden in dit beschermde gebied niet groot. Dan maar zo, de hoogte in. In Vieste is het (gelukkig) niet alleen maar grote appartementsgebouwen.
Eind van de middag komen we aan het bij het hotel. Wauw. Wat zijn er veel auto’s op de parkeerplaats. Het lijkt wel druk. In het hotel merken we daar helemaal niets van trouwens. We hebben een mooie kamer op de tweede (bovenste) verdieping waar verder niemand langs hoeft. Lekker rustig. De deur naar het balkon gaat niet open. Het lijkt wel of iemand met groot geweld de deur heeft proberen te sluiten of te openen. Even bij de receptie vragen of dit gemaakt kan worden. Ja hoor, ze zal het mannetje wel even bellen. Hij komt binnen enkele minuten. Die minuten worden een half uur. Toch nog maar even vragen, nou nee, eigenlijk melden dat het probleem om 6 uur verholpen moeten zijn want anders willen we een andere kamer, met balkon. Hadden ze zelf de kamer maar even moeten inspecteren voor er nieuwe gasten zouden komen. Het mannetje is er ineens wel binnen een paar minuten. Een klein kwartiertje prutsen met schroeven en wat allemaal ook, opgelost. Kunnen we eindelijk uitpakken.
In de avond lopen we naar het centrum. Wat een levendigheid! Volop drukte in de straatjes en bij de restaurantjes. Voor ons is het drie jaar geleden dat we hier waren, in coronatijd dus. Toen was er een aantal niet open, begrijpelijk. Maar er lijken nu ook meer erbij gekomen te zijn. Om ons heen horen we alleen maar Italiaans. De toeristen die er zijn, zijn waarschijnlijk ook Italianen die zelf nog van de nazomer genieten. Wat ook hier opvalt, is dat veel mensen met een hond lopen. We zien nog een prachtige Akita, die wandelt met zijn baasjes uit Bergamo, bij Milaan. We praten heel kort met het stel, maar zelfs handen en voeten schieten hier te kort. Zij kunnen geen enkel woord Engels of anders, alleen Italiaans. We mogen wel een foto van hun hond maken. Die plaatsen we nog wel. Er is keuze genoeg in eetgelegenheden maar we herinneren ons een restaurant waar het ons eerder goed heeft gesmaakt. We vinden het en er is plaats. We laten het ons goed smaken. Wel een beetje te veel gegeten, maar voila. Nog even wat rondbanjeren in de straten en dan nog een kleine 2 kilometer terug wandelen naar het hotel. De wind is nog steeds sterk, maar het is ook nog warm, dus verkoelen doet het niet. Ach ja, beter zo dan regen en een jas aan.
Op woensdag 11 september worden we best wel uitgerust wakker. Wel nadat we midden in de nacht toch maar de airco even aan hebben gezet. Het was te warm op de kamer. Op het balkon kunnen we aan de rechterkant nog zitten zonder de hitte van de zon. Later vanmiddag is het balkon zonvrij, dat is beter. Het ontbijt in het hotel is grandioos, wat een keuze en wat veel! Er zijn best veel gasten, maar wat er staat komt heus niet op. Geen idee wat ze met de resten doen. Bij de restaurants is het heel gebruikelijk dat ze resten aan de boeren geven voor de varkens en het vee. Of dat hier ook zo is? Onderweg naar Vieste hebben we wel een paar koeien gezien, maar het is nu het walhalla van veeboeren. We maken ons er verder niet druk om, natuurlijk. Wij gaan even de stad in, op ons gemak, koffie drinken, nog eens koffie drinken, winkeltjes in en nog even kroelen met een Pomeriaantje, zo’n klein pluizig hondje. Deze is nog maar drie maanden oud. Wat een vrolijk en mooi hondje. Geen keffertje zoals je bij de meeste kleine hondjes zou verwachten. In één van de winkeltjes kopen we een korte broek voor hem, bij Jimmy. Geen typisch Italiaanse naam. Nee, dat klopt. Zijn opa en oma zijn vroeger naar Amerika geëmigreerd. Zijn vader is daar geboren en is later weer terug geëmigreerd naar Vieste, waar de familie nog woonde. En ja, zo kreeg hij de Amerikaanse naam Jimmy om nog iets van de familiegeschiedenis mee te geven. Nadat we winkel van Jimmy hebben verlaten, lopen we terug naar het hotel. Het is rond 1 uur en de siësta begint. Oftewel: alles gaat dicht, rusten.
Vanmiddag naar het strand. Eerst even eten in de strandtent van het hotel. Natuurlijk is het veel te duur, hadden we kunnen weten, maar het smaakt wel goed. En het is een prima portie voor vroeg in de middag. Er staan ontzettend veel strandbedjes met parasols, maar er liggen ontzettend weinig mensen op. Het is bijna leeg te noemen. Het waait wel heel hard, maar dat kan de reden toch niet zijn? Nou, misschien toch wel. We gaan even zwemmen. Het water is warm, heel helder, met mooie golven. Maar zodra we het lijf boven water steken, voelt die harde wind niet fijn. Vanuit het water naar onze strandbedjes krijgen we het zelfs even koud. Terwijl het rond de dertig graden is. Raar hoor. Die kou blijft niet hangen. We hangen nog even wat op onze strandbedden maar dan hebben we het ook wel weer gezien. Lekker over het strand banjeren in de zwemkleding met de voeten in het water en af en toe een duik in de zee is toch meer aan ons besteed. In de namiddag houden we dan onze eigen siësta in de hotelkamer.
Na het weekend zal het weer hier minder worden. Dat merken we ook aan de strandtenten op weg naar het centrum. De helft is de boel aan het opruimen en is ook niet meer open. Rond 8 uur zit er nog wel iemand op het strand. Waarom is ons een raadsel, misschien om van de rust en het golvende water te genieten, dat zou kunnen. Maar dan klinkt de stem van de oproeper. Ze wordt vriendelijk verzocht naar huis te gaan. In het centrum is het nog wel druk, maar niet zo druk als de avond ervoor. Genoeg te zien en genoeg om ons te verbazen. Bijvoorbeeld over jonge meiden die met net te korte rokjes rondlopen. Kan hier allemaal, in Nederland niet, dan is een stempel gauw geplaatst. We eten weer bij hetzelfde restaurant als gisteren, pizzeria La Bruschetta. Lekker hoor. Dit keer geen nagerecht. Misschien nemen we ergens anders nog een ijsje. Na wat wandelen door de straatjes en langs het strand in het centrum besluiten we een kopje koffie te drinken en dan terug te gaan naar het hotel. Het is nog warm, maar de wind voelt nu wel frisser. Het begin van de herfstavonden misschien wel. Vandaar dat veel Italianen al met een vestje of zelfs jas aan lopen. Wij hebben er nog geen last van.